Behandelmethoden voor de ziekte van Dupuytren

De ziekte van Dupuytren is (nog) niet te genezen. De behandeling richt zich daarom alleen op het verminderen van de klachten; de aandoening zelf zal aanwezig blijven.

Voor de behandeling van de ziekte van Dupuytren bestaan vele behandelmethoden, waarvan hieronder de drie belangrijkste:

  1. Operatie (fasciëctomie), waarbij de huid zigzagsgewijs wordt geopend en het aangetaste weefsel wordt weggesneden. De revalidatie na fasciëctomie kan lang duren (gemiddeld 6 tot 10 weken), zeker bij mensen met arbeid waarbij zwaar werk met de handen wordt verricht. Vaak echter komt het bindweefsel terug en als er meerdere keren geopereerd moet worden, neemt de kans op zenuwbeschadigingen toe.
  2. Naaldmethode (percutane naald-aponeurotomie), waarbij met een naald de strengen onderhuids worden doorgesneden. Voordeel van deze methode is dat het herstel na operatie sneller is. Nadeel is dat de kromstand sneller terug kan komen.
  3. Collagenase injectie, waarbij de strengen met enzymen worden ingespoten, waardoor deze verweken. Ook hier is het nadeel dat de kromstand sneller terug kan komen. Herstel is echter bijzonder kort. Vooralsnog wordt deze methode in Nederland weinig uitgevoerd, omdat deze nog niet door de zorgverzekering wordt vergoed.

Na de behandeling is het nodig veel oefeningen te doen, waardoor de vingers weer beter te gebruiken zijn en de vorming van nieuwe strengen wordt tegengegaan. Daarnaast wordt veelal voor een bepaalde periode een nachtspalk aangemeten die ondersteuning biedt bij de revalidatie.

Lees meer over de behandelmogelijkheden van de ziekte van Dupuytren en de behandelmogelijkheden van de ziekte van Ledderhose.

isaac-ibbott-141012